Achtergrond

Het Stabat Mater van Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736) is een van de meest geliefde religieuze vocale werken uit de muziekgeschiedenis.
Het werk voor sopraan, alt, 5 strijkers en orgel wordt wel het meest invloedrijke muziekstuk uit de 18e eeuw genoemd. Voor heel veel componisten was het een voorbeeld of een onderwerp van studie. Zo ook voor Johann Sebastian Bach die er een transcriptie van maakte met een uitgebreide altviool partij. (Tilge, Höchster, meine Sünden BWV 1083)

Ik zelf leerde het stuk waarderen in de jaren dat ik als eerste violist van het Ensemble Seminario Musicale van de fameuze Franse counter Gerard Lesne werkzaam was en het Stabat Mater vaak uitvoerde in concertzalen en kerken in Italië en Frankrijk. Overal waar we het werk uitvoerden had het een grote uitwerking op het publiek.

Ik ben mijn leven lang al gefascineerd door de werking van taal in samenhang met muziek. Goedbeschouwd is taal muziek en is muziek taal.
De 13e eeuwse tekst van een Franciscaner monnik – mogelijk Jacopone da Todi – is heel eenvoudig maar ook heel doeltreffend.

Je zou het zo maar vergeten als je de zoete, licht schrijnende klanken van Pergolesi hoort, maar er wordt hier gezongen over kruisiging, intens verdriet, een zwaard dat het lichaam doorsnijdt en meer.
Die tegenstelling tussen de troostende klanken en de indringende tekst is opmerkelijk.

In 2010 namen we voor het label Globe het werk op Cd op in de vertaling van Willem Wilmink. Van Nederlands wordt vaak gezegd dat het moeilijk zingbaar is in vergelijking met andere Europese talen, maar Wilmink’s tekst blinkt uit in eenvoud en zangerigheid.

Ik had me veel voorgesteld van de impact van de tekst nu de pijn die daarin wordt beschreven niet meer verpakt was in plechtig klinkend kerklatijn. Maar ik had me misrekend: het maakte niet zoveel uit in welke taal er gezongen werd. De meditatie waar de muziek toe aanzet is heel goed mogelijk zonder regel voor regel de tekst te volgen.

Pergolesi gebruikte het principe van het Chiaroscuro, de tegenstelling tussen donker en licht, om afwisselend verschillende affecten over het voetlicht te brengen. Het is wisselend bewolkt in Pergolesi’s Stabat Mater. Juist door de afwisseling kun je steeds weer terug naar hetzelfde hoofdthema. Het stuk zet aan tot meditatie en het is daarvoor misschien genoeg om te weten dat het gaat om medeleven met de moeder van iemand die een vreselijk lot heeft ondergaan.

Daarom koos ik ook zonder aarzeling voor dit stuk, toen ik zocht naar geschikte muziek voor de 4 mei herdenking en daarom was dit ook het stuk dat ik koos om op te nemen toen bleek dat een live uitvoering onmogelijk was geworden.

Het maken van de opname had een soort rituele werking voor ons als musici. Het was voor het eerst in maanden dat we weer samen muziek maakten en het herinnerde ons er aan hoe vanzelfsprekend we dat altijd hadden gedaan.

Wij hielden fysiek afstand tot elkaar maar we bereikten elkaar met klank. Natuurlijk was dat niet altijd gemakkelijk, maar we merkten allemaal dat waar was wat wij al wisten; dat bij het samen muziek maken, luisteren net zo belangrijker is als geluid maken. Het hielp ons hierbij dat beide solisten een echtpaar vormen (getrouwd zijn) en dus geen afstand tot elkaar hoefden te bewaken.

We merken dat veel dingen in het leven hun waarde ontlenen aan de mogelijkheid om ze met elkaar te delen. Met elkaar als uitvoerende musici, maar vooral ook met u als ons publiek.

Ik hoop dat de muziek in combinatie met de drie teksten van Karel Eykman u troost en kracht biedt

Johannes Leertouwer

2 mei, 2020